SportSport

Structuur in trainen en wedstrijden

Download
Structuur Trainen en Wedstrijden
Structuur trainen en wedstrijden.pdf
Adobe Acrobat document 158.2 KB

Dribbelen van de bal

Maak 2 tallen en elk 2 tal bij een pilon. De middelste pilon is vrij. Elke 1e speler bij A en B hebben de bal aan de voet. Ze dribbelen met de bal naar het middelste pilon en gaan allebei om de pilon heen en dribbelen door naar de overkant C en D. De speler van C en D nemen de bal over en dribbelen met de bal aan de voet naar de overkant.

 

 

Differentiatie: • Afstand groter maken, kleiner maken. • In wedstrijdvorm. Accenten: • Over de bal kijken. • Je komt elkaar tegen, dus niet botsen. • Elke stap in balcontact.

 

 

 

 

 

 

Materiaal: 5 hoedjes.

Afmeting: 20 x 25 meter.

Spelers: 8 spelers.

Aantal ballen:

Voldoende ballen

Passeeracties

Er word 3:3 gespeeld op 2 of 3 velden. Ze kunnen scoren door met de bal over de achterlijn te dribbelen en de bal voor de laatste lijn met hoedjes te stoppen.(voet op de bal). Lukt het niet om de bal op tijd te stoppen, maar wordt toch gestopt. dan telt het als 1 punt. Na 10 minuten wisselen van tegenstander.

Opmerkingen: Speel je op een veld 3:2 zorg dan dat niet steeds dezelfde 3 spelers het 3-tal vormen.

Aandachtspunten: • Als je de tegenstander voorbij bent versnellen met de bal. • Maak een schijnbeweging.

 

 

 

 

 

 

 

Materiaal:

4 pilonnen,

8 hoedjes.

Afmeting: 20 x 25 meter.

Spelers: 12 -14 spelers. 

Voldoende ballen bij het doel.

Het poortenpilonnenspel

Speler 1 dribbelt tussen de poorten in en bij de 1e poort probeert hij op de pilon te mikken. Als dat lukt , 1 punt. Probeer zoveel mogelijk de pilonnen door de poort te mikken en te raken.

Degene met de meeste punten heeft gewonnen.

Als je pilon raakt 1 punt en als de pilon omvalt 2 punten. Alle 4 de poorten gebruiken. 1 speler tilt en zet de pilonnen rechtop.

Wel regelmatig wisselen.

Elke keer als je een mijn raakt, moet je opnieuw beginnen.

Als de 1e speler het mijnenveld is gepasseerd start de volgende. De speler met de meeste doelpunten heeft gewonnen.

Differentiatie:

• Afstand groter maken, kleiner maken.

Accenten: • Let op afkappen van de bal.

• Bal bij je houden.

• Snelheid maken.

Materiaal:

8 hoedjes, 4 pilonnen.

Afmeting: 20 x 25 meter.

Spelers: 8 spelers.

Aantal ballen: Voldoende

Het mijnenveld

Speler 1 begint alle mijnen te ontwijken en als het mijnenveld is gepasseerd moet je afwerken op doel. 

Een Pupillendoel met keeper.

Elke keer als je een mijn raakt, moet je opnieuw beginnen.

 

Als de 1e speler het mijnenveld is gepasseerd start de volgende.

De speler met de meeste doelpunten heeft gewonnen.

 

Differentiatie:

• Afstand groter maken, kleiner maken. Accenten:

• Let op afkappen van de bal.

• Bal bij je houden.

 

 

 

 

Materiaal: 14 hoedjes, 1 pupillendoel.

Afmeting: 20 x 40 meter.

Spelers: 7 spelers + 1 K.

Aantal ballen:

Voldoende ballen.

3:3 Een partijvorm met verschillende doelen

 

Doel

Veel spelwisseling, veel verplaatsing, omschakeling verbeteren en veel scoren.

 

Er wordt 3:3 of 4:4 gespeeld. Er mag door alle doeltjes gescoord worden. Na een een doelpunt is het de bedoeling dat er direct wordt doorgespeeld. De doelen worden daardoor ook gevormd door 2 pilonnen en zijn dus open.

Er mag niet twee keer door hetzelfde doeltje worden gespeeld achter elkaar. Variatie Als variatie kan er een neutrale speler bijgezet worden om de druk te verhogen.

 

Ook kan als variatie de regel gesteld worden dat er gescoord wordt wanneer er door de goal gespeeld wordt en een medespeler deze oppakt zonder tussenkomst van de tegenstander.

Pingel/ mikvorm

Deze vorm herbergt naast het pingelen en van daaruit het mikken ook een eerste partijvorm. Doel Verbeteren van mikken en omschakeling in simpele vorm. Deze vorm kan gespeeld worden met 4 tegen 4 of 3 tegen 3.

In het Vrije Vak wordt er partij gespeeld en mag er op elk moment gemikt worden op de pilonnen van de tegenstanders.

Elk team heeft meer pilonnen te verdedigen dan er spelers zijn. De verdedigende partij mag uiteraard wel in het eigen vak komen om de pilonnen te verdedigen. De verdediginde partij moet dus eigen keuze maken:

• De partij aangaan en de pilonnen onverdedigd laten.

• 1 Verdediger de pilonnen laten verdedigen met als risico als ondertal te spelen.

Zelf laten denken en keuze te laten maken. Variatie 1 extra neutrale speler in het vrije vak om de druk op te voeren.

Het Flessenspel

Maak een tweetal. Elke speler staat opgesteld bij een pilon. Elke speler heeft een volle fles met 1 1/2 liter water. Iedere speler heeft ook een bal. Je schiet de bal gelijktijdig met de binnenkant van de voet en probeert de fles aan overkant zo hard mogelijk te raken. Probeer zo hard mogelijk en zuiver te schieten, zodat:

1. Je de bal de fles goed raakt.

2. De bal ver weg stuitert van je tegenstander.

Hoe verder de bal van je weg gaat des te meer water uit de fles. Probeer je fles snel rechtop te zetten. Degene die als eerste de fles leeg heeft geschoten wint.

Differentiatie:

• Afstand groter maken, kleiner maken.

• Is het te moeilijk dan in rechte vorm.

• In wedstrijdvorm met 2 teams.

Accenten:

• Zuiver schieten.

• Snel reageren als je bal ver weg is. Ophalen jen je fles meteen rechtop.

• Goede lichaamshouding.

 

Materiaal:

4 hoedjes.

Afmeting: 40 x 10 - 15meter.

Spelers:

8 spelers.

Flessen: 8x 1,5 liter fles.

Aantal ballen:

Voldoende ballen bij rondom en spelers een bal.

Postbodespel

Maak 2 grote en 2 kleine vierkanten en 2 teams van 4. In elk klein vak staat een team van 4. Op het teken van de trainer gaat iedere speler(postbode) om en om de post (ballen)op halen in het postkantoor in het grote vierkant. En afleveren in het het kleine vierkant. De volgende mag pas starten als de voorgaande speler in het kleine vierkant is aangekomen. Het team die het snelst alle post(ballen) in het vierkant hebben gebracht heeft gewonnen. De 1e keer ophalen met ballen in de handen. Gebruik dat als Warming Up. 

 

Differentiatie: • Afstand groter maken, kleiner maken. • In wedstrijdvorm met 3 teams(3 vakken). Accenten: • Snel leren denken.

 

 

 

 

Materiaal:

16 hoedjes.

Afmeting:

1 van 15 x 15 meter en

1 van 10 x 10 meter.

Spelers:

8 spelers.

Aantal ballen:

8 ballen.

2 tegen 2 + 2K

Regels:

• Ploeg A passt de bal naar ploeg B, daarna starten met de partijvorm.

• Gebruik voor beide teams een groot doel. • Als de bal uit is: verplicht indribbelen of inpassen. 3e keer uit is doorwisselen

• Is er gescoord, achter of een hoekschop dan starten bij de keeper.

• (eventueel) doorwisselen na elk doelpunt, achterbal of hoekschop

Organisatie:

afmeting: 30 x 18 meter

Aantal spelers:

• 6-10 spelers

Materiaal:

• 8 ballen

• 4 pionnen

• 6-10 hesjes (twee kleuren)

• 16 hoedjes

• 2 grote doelen (5:2 meter)

Oversteekspel 1

Regels:

• 3-4 spelers met bal proberen te dribbelen naar de overkant

• na het passeren van de verdedigers kunnen de aanvallers alleen punten krijgen wanneer ze door één van de drie doeltjes dribbelen en via het ‘slootje’ terugkomen

• dribbelen door de doeltjes aan de zijkant (oranje) = 1 punt; dribbelen door het middelste doeltje (geel) = 2 punten

• als de verdediger de bal verovert en de bal onder controle heeft (bal onder de voet) of als de bal van de aanvaller buiten de ruimte komt krijgt de verdediger 1 punt

• de verdediger mag alleen verdedigen in de ruimte voor de doeltjes

• de speler die het eerst 8 punten haalt is winnaar, de verdediger die in 2 minuten de meeste punten haalt is de winnaar

 

Organisatie:

Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid

• lengte: 20-25 meter

• breedte: 10-15 meter

Aantal spelers:

• 4-5 spelers

Materiaal:

• 4 ballen

• 12 pionnen

• 1 hesje (alleen de verdediger)

• 8 hoedjes

Oversteekspel 2

Regels:

• 6 spelers met bal proberen te dribbelen naar de overkant

• na het passeren van de verdedigers kunnen de aanvallers alleen punten krijgen wanneer ze door één van de drie doeltjes dribbelen en via het ‘slootje’ terugkomen

• dribbelen door de doeltjes aan de zijkant (oranje) = 1 punt; dribbelen door het middelste doeltje (geel) = 2 punten

• als de verdediger de bal verovert en de bal onder controle heeft (bal onder de voet) of als de bal van de aanvaller buiten de ruimte komt krijgen de verdedigers 1 punt

• de verdedigers mogen alleen verdedigen in de ruimte voor de doeltjes

• de speler die het eerst 8 punten haalt is winnaar, de verdedigers die samen in 2 minuten de meeste punten halen zijn de winnaars

Organisatie:

Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid

• lengte: 20-25 meter

• breedte: 15-18 meter

Aantal spelers:

• 8-10 spelers

Materiaal:

• 8 ballen

• 12 pionnen

• 2 hesjes (alleen de verdedigers)

• 8 hoedjes

Dribbelkampioen

Regels:

• helft van de spelers starten met een bal. De andere spelers proberen deze bal te veroveren

• de speler die na 30 seconden de bal heeft krijgt een punt

• de volgende serie starten de spelers die zonder bal zijn gestart

• wanneer de bal buiten de afgebakende ruimte wordt gedribbeld, haalt de speler de bal op en legt deze op de zijlijn van het vak. Hij / zij probeert vervolgens een andere bal te veroveren

• speler met de meeste punten is de winnaar

 

 

 

 

 

 

 

Organisatie: afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid

• lengte: 15-20 meter

• breedte: 15-20 meter Aantal spelers:

• 8-10 spelers

Materiaal:

• 4-5 ballen

• 4-6 pionnen

• 8-10 hesjes (twee kleuren)

• 4-8 hoedjes

Dribbeltikspel

Regels:

• alle spelers hebben een bal

• twee spelers fungeren als tikker en proberen al dribbelend zoveel mogelijk spelers te tikken binnen 45 seconden

• wanneer de bal buiten de ruimte komt beginnen de tikkers opnieuw met tellen

• wanneer de overige spelers buiten de ruimte dribbelen is dit een punt voor de tikkers

• de verdedigers die samen in 45 seconden de meeste punten halen zijn de winnaar

• na 45 seconden wisselen van tikkers 

 

 

 

 

 

 

Organisatie: afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid

• lengte: 15-20 meter

• breedte: 10-15 meter Aantal spelers:

• 8-10 spelers Materiaal:

• 8-10 ballen

• 4-6 pionnen

• 2 hesjes (alleen verdedigers)

• 4-8 hoedjes 

Pionnendans

Regels:

• De spelers dribbelen met de bal om de pionnen binnen een vierkant.

• Er is 1 pion minder dan het aantal spelers.

• Op teken van de trainer mogen zij een pion bezetten door ernaast stil te staan met een voet op de bal, dit levert 1 punt op.

• Hoeveel punten zijn er gehaald?

 

We verwachten van de kinderen dat zij:

• Buiten de pionnen blijven lopen en niet stil staan om het teken af te wachten.

• Direkt na het teken van de trainer naar de dichtsbijzijnde pion gaan en de bal onder hun voet vast hebben.

• Als een pion al bezet is, zo snel mogelijk een andere pion proberen te bezetten.

 

Organisatie:

•Afmeting: 15 x 15 meter

• vierkant van 10 x 10 meter / tussenvlak

Aantal spelers:

• 6-8 spelers Materiaal:

• 8 hoedjes • 5 pionnen

• 6 ballen (gelijk aantal spelers)

Kegelspel

Regels:

• De spelers proberen in drie beurten zoveel mogelijk pionnen om te schieten.

• Een omgevallen pion is 2 punten waard, een geraakte pion 1 punt.

• Afhankelijk van niveau kunnen de pionnen dichter of verder uit elkaar en/of op grotere afstand geplaatst worden. • Alle spelers hebben een bal.

• 1 speler/helper zet de pionnen weer rechtop. We verwachten van de kinderen dat zij:

• Proberen in 1 poging pionnen om te schieten.

• Schieten binnen een bepaalde tijd.

 

 

Organisatie:

• Afmeting: 15 x 15 meter + vierkant van 10 x 10 meter Aantal spelers:

• 6-8 spelers

Materiaal:

• 4 hoedjes

• 6 pionnen

• 8 ballen (gelijk aantal spelers)

Tweeling tikkertje

Regels:

• Alle spelers dribbelen met de bal aan de voet in een aangegeven gebied.

• Twee kinderen houden elkaars hand vast (en moeten deze ook vasthouden) en proberen de andere kinderen te tikken. • Hoeveel kinderen kan het tweetal in een bepaalde tijd (halve minuut) tikken zonder dat de hand wordt losgelaten?

 

 

 

 

 

Organisatie:

• Afmeting: 15 x 15 meter Aantal spelers:

• 6-8 spelers

Materiaal:

• 4 hoedjes

• 6 ballen 

Estafette tikkertje

Regels:

• Verdeel de spelers in twee groepjes: A en B.

• Beide groepjes dribbelen met de bal, ieder in een aangegeven gebied.

• Groep A heeft drie tikkers die op nummervolgorde proberen ieder drie kinderen van groep B te tikken.

• Groep B 3 heeft ook drie tikkers die op nummervolgorde proberen ieder drie kinderen van groep A te tikken. • Welk groepje is het eerste klaar ?

 

 

 

 

Organisatie:

• Afmeting: 20 x 20 meter

Aantal spelers:

• 16 spelers

Materiaal:

• 6 - 8 hoedjes

• 10 ballen • hesjes in vier kleuren

De Trechter

Regels:

• De spelers proberen vanachter 2 pionnen de bal door de trechter te spelen zonder de pionnen te raken.

• Hoe verder ze de bal er doorheen kunnen schieten hoe beter.

• Evt. per “poortje” 1 punt tellen. We verwachten van de kinderen dat zij:

• De bal met de binnenkant van de voet schieten.

• Met de standbeen staan in de schietrichting.

• Na het schieten achter de bal aanlopen en buiten de trechter terug dribbelen en achter in de rij aansluiten.

 

 

 

Organisatie:

• Afmeting: 15 x 10 meter

Aantal spelers:

• 6-8 spelers (ongeveer 3 per trechter)

Materiaal:

• 12 pionnen per trechter

• 3 ballen per trechter 

Trainer mag ik overlopen?

Regels:

Een overloopspelletje, waarbij in het vak dat overgestoken moet worden een speler(verdediger) staat. De kinderen die klaar staan om over te steken, zingen: “Trainer mag ik overlopen?” Ja of nee?” Antwoordt de trainer met “ja”, dan mogen de spelers met bal oversteken, waarbij zij getikt mogen worden door de verdediger.

• Spelers starten vanaf 1 kant en moeten door het vak dribbelen waar de verdediger is.

• Verdediger moet binnen zijn vak blijven. Hij moet proberen ballen af te pakken.

• Elke aanvaller die er door is krijgt 1 punt, verdediger die de bal afpakt krijgt 2 punten.

• Regelmatig wisselen.

• Als de aanvallers aan de overkant zijn, moeten ze om het vierkant terugkomen. De volgende 3 starten al.

 

Organisatie:

• Afmeting totale speelveld: 15 x 10 meter

• Afmeting verdedigingsvak: 5 x 5 meter Aantal spelers:

• 7-10 spelers Materiaal:

• 6 ballen

• 8 pionnen

Eilandenruil

Regels: Als het spel begint staat elk kind op een eiland. Op teken van de trainer moeten de kinderen in een willekeurige volgorde de eilanden bezoeken. Dat wil zeggen: ze moeten er met de bal aan de voet op zijn geweest.

• Er mag niet meer dan één kind op een eiland.

• Is een kind op alle eilanden geweest dan wacht hij bij (niet op) zijn eigen eiland tot iedereen klaar is. Doel: leren dribbelen en stoppen.

 

 

 

 

 

Organisatie:

  • • Afmeting totale speelveld: 20 x 20 meter
  • • Afmeting eiland: 1 x 1 meter Aantal spelers:
  • • 6-8 spelers
  • Materiaal:
  • • 8 ballen
  • • 32 hoedjes

Vos kom uit je hol

Regels:

• Alle spelers hebben een bal.

• Een speler is de vos en zit in een doeltje (hol).

• De spelers lopen op een teken van de trainer met de bal aan de voet in de richting van de vos.

• In de buurt van de vos roept een speler: “Vos kom uit je hol”

• De vos rent uit het hol en probeert de spelers met bal te tikken.

• Je kunt de gepakte spelers in het hol zetten of de spelers zelf laten tellen hoe vaak zij getikt zijn.

 

 

  • Organisatie:
  • Afmeting: 15 x 15 meter
  • Aantal spelers: 6-8 spelers
  • Materiaal: hoedjes, 5 ballen

Boer ik kom op je land

Regels: Het vierkant is het land van de 2 tikkers (boeren). Op dat land liggen verspreid ca. 5 ballen (eieren). De lopers (dieven) proberen de eieren van het land weg te pakken, steeds maar één tegelijk. Word je getikt, dan leg je één van de 3 pionnen om.

• Word je getikt met een ei(bal) aan je voet, dan moet je die op zijn plaats terugleggen en een pion omleggen.

• Lukt het om ongetikt het land te verlaten, dan leg je het ei in de kleine cirkel.

• Lukt het de boer eerder om de dieven alle 3 de pionnen om te laten leggen, of hebben de dieven eerder bijv. 4 eieren te pakken? We verwachten van de lopers dat zij:

• Rekening houden met de posities van beide tikkers en daar waar ruimte is de cirkel ingaan.

• Een bal snel pakken en meteen weer het vierkant uitgaan. • Zien dat een tikker ze in de gaten krijgt en dan uit het vierkant gaan, dus de bal laten liggen en een betere kans afwachten.

 

We verwachten van de tikkers dan zij:

• Zich met z’n tweeën verdelen over het vierkant.

• De lopers buiten het vierkant proberen te houden door te dreigen ze te tikken.

• Iemand die een bal pakt alsnog snel proberen te tikken.

 

Organisatie:
Afmeting: 20 x 20 meter
Aantal spelers:
• 6-8 spelers
Materiaal:
• 5 ballen
• 8 pionnen 

Jeu de Voetbal

Regels: • Alle spelers hebben een bal aan de voet. • Drie kinderen spelen tegen elkaar.

• Een kleine bal met andere kleur wordt geschoten binnen een vak.

• De andere spelers met bal proberen zo dicht mogelijk bij het kleine balletje te schieten en te mikken.

• Degene die het dichtst bij het kleine balletje is heeft gewonnen. • Alle drie de spelers hebben ieder 2 ballen.

• Zorg ervoor dat iedere speler andere kleur ballen heeft.

• Met 6 – 8 kinderen kun je dit ook doen in 2 vakken. Denk aan leeftijd en nivo. Makkelijker maken, moelijker maken.

 

 

 

Organisatie:

• Afmeting: 2 vakken van 10 x 15 meter

Aantal spelers:

• 6-8 spelers (3-4 spelers per vak)

Materiaal:

• 4 hoedjes

• 2 pionnen

• 6 ballen